Nieuwbakken schapenboer Robbert Uyleman hier met één van zijn dieren.
Nieuwbakken schapenboer Robbert Uyleman hier met één van zijn dieren. Foto: Pepijn Dros

Dit artikel is geschreven door
Pepijn Dros

Pepijn Dros is redacteur van onder meer Texel dit Weekend en de Vakantiekrant.

10 vragen aan: Robbert Uijleman

Algemeen 10 vragen aan

Hannes Trooster tipte ons over Robbert Uijleman (40). Twee jaar geleden verruilde deze geboren Zandvoorter de Randstad voor Texel. Hij verkocht zijn succesvolle Uiltje brouwerij, kocht een vervallen boerderij aan de Pontweg en bouwt nu op het eiland aan een bestaan als boer. Op zijn erf groeit en bloeit van alles en tussen de schapen, kippen en biggen begint zijn ‘Barnyard Bunch’ vorm te krijgen.

Wie is Robbert Uijleman?

“Ik kom uit Zandvoort. Strand, duinen en veel Duitsers in de zomer zijn mij niet vreemd. Vanaf mijn twaalfde woonde ik in Haarlem en omstreken, totdat mijn gezin en ik besloten het anders te doen en naar Texel te verhuizen. Ik ben getrouwd met Roos en samen hebben we twee kinderen, James en Jolene.”

Wat voor type mens ben jij?

“Stilzitten is niet aan mij besteed. Ik noem mezelf wel eens ultra creatief. Ik zit vol energie en bruis van de ideeën. Als ik iets bedenk, ga ik er liefst zo snel mogelijk mee aan de slag. Bij veel wat ik doe en onderneem, speelt eten een drinken een rol. Het is de rode draad door mijn leven.”

Is je brouwerij ook zo ontstaan?

“Ja, op een dag had ik zin om bier te maken en dat ben ik gaan doen. Begonnen met pannen en potten in de keuken, tot uiteindelijk de verkoop van bier, recepturen, marketing en een door mijzelf gebouwde website. Roos zegt dat ik een hoog Pippi Langkous-gehalte heb: ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan. Dat is trouwens een mentaliteit die goed van pas komt als je een vervallen boerderij koopt. Voor de restauratie van de stolp vertrouw ik op Texelse vaklui, maar wat ik zelf kán doen, doe ik ook zoveel mogelijk zelf. Voor het eerst stucen, een muurtje metselen of iets bouwen: ik begin gewoon. Natuurlijk gaat er ook wel eens iets mis, maar goed daar leer ik dan weer van.”

Waarom verkocht je de brouwerij?

“Uiltje was een schot in de roos en ik ben trots op wat ik heb opgebouwd. Vooral omdat ik het merk eromheen helemaal zelf heb bedacht. In 2021 heb ik de brouwerij verkocht aan Royal Swinkels. Ik ben nog tot eind 2025 betrokken geweest bij Uiltje, maar uiteindelijk werd er steeds minder een beroep gedaan op mijn creativiteit. Het was hoog tijd om iets nieuws te gaan doen en dat ga ik ook doen hier op Texel.”

Hoezo wilde je weg uit Haarlem?

“We wilden weg uit de drukte van de Randstad. Weg van de stress, de gejaagdheid. In eerste instantie hadden we ons oog laten vallen op Engeland. Mijn hele leven ben ik al gefascineerd door Groot-Brittannië. De countryside, de pubcultuur, British ‘wit’, de openheid van de mensen. Ik loop er ook altijd bij als halve Brit in mijn waxjassen van het merk Barbour. Dat zijn van die typische Engelse jassen en ik verzamel die ook. Het liefst heb ik ze uit de jaren tachtig, daar speur ik actief naar op Ebay. We hebben serieus naar huizen gezocht in Engeland, maar uiteindelijk kwamen we erachter dat emigreren een te grote stap is, zeker met kinderen. Dus zijn we verder gaan zoeken: de Veluwe, Drenthe, maar dat was toch allemaal nog steeds wel erg Nederland. Terschelling leek ons te gek, totdat we erachter kwamen dat er geen middelbare school is. Met de kinderen gingen we al regelmatig naar Texel en op een dag liep ik met mijn dochter door Den Hoorn toen ik een ingeving kreeg en Roos appte: ‘Hoezo gaan we eigenlijk niet naar Texel?’. Roos was ook enthousiast en drie maanden na dat appje waren we de trots bezitters van een boerderijruïne aan de Pontweg. Inmiddels zijn we twee jaar verder en is er heel veel gebeurt!”

Wat ga je hier beginnen?

“We zijn begonnen met puinruimen, want het was hier me een oude zooi. Alles was overwoekerd en er stond een rits oude schuren vol asbest. Maar ik had van tevoren al helemaal in mijn hoofd wat het moest gaan worden. Alles zorgvuldig nagerekend en me door alle bestemmingsplannen heen geworsteld. Wat mag hier wel en niet? Het plan is om hier een klein agrarisch bedrijf te starten, inclusief keuken waar producten worden gemaakt die we in de winkel verkopen. We verkopen zoveel mogelijk wat de boerderij zelf oplevert. Alles biologisch, alles duurzaam. Het wordt een Texelse boerderijwinkel maar dan op Engelse leest geschoeid: “The Barnyard Bunch”. En waarom Engels? Zoals ik al zei ben ik gek van Engeland en ik vind dat je als bedrijf iets ‘eigens’ moet hebben.”

Wat komt er in de winkel?

“Op ons erf verbouwen we onze eigen groenten, thee en kruiden. Zo hebben we een kas vol tomaten, voor onze Red Rooster tomatensaus. We hebben een boomgaard ingepland met 20-jaar oude fruitbomen. De appels, peren en pruimen gebruiken we voor onze jams, curds en chutneys. Altijd alles met een twist. We hebben ook veel dieren. Kippen en eenden voor de eieren. Geiten hebben we ook, gewoon omdat ze erbij horen. En schapen en varkens voor het vlees. Van het vlees gaan we vijftien verschillende worsten maken, zoals een worst met in calvados gepocheerde peer, of één met groene curry, met blauwaderkaas en of marmelade. Veel typisch Engelse producten, zoals black pudding en Texelse haggis! Juist met bijzondere smaken en eigen producten rondom een cartoongedreven merk wil ik iets toevoegen.”

Je bent nu dus ook schapenboer?

“Ja, ik ben nu dus schapenboer en dat vind ik machtig mooi! Ik ben autodidact, maar ik bel ook gewoon mensen die er verstand van hebben. In een jaar tijd hebben we al van alles meegemaakt met de dieren. We hebben Texelaars, maar ook een paar andere Engelse rassen zoals Border Leicester, Suffolk en Kerry Hill. Hopelijk kunnen we de komende jaren doorgroeien en meer schapen vergaren.”

Wat maakt Texel voor jou bijzonder?

“Texel voelt als thuiskomen. Ik ben opgegroeid in een dorp waar de achterdeur openstond en iedereen elkaar kende. Dat herken ik hier. Daarnaast heb ik rust en natuur nodig. Ik ben gevoelig voor prikkels en heb gemerkt hoe goed ik ga op buiten zijn. Geef mij duinen, bos en zee in de verte. Dan kom ik echt tot rust. Ik voel me hier nu al meer thuis dan de laatste 25 jaar in de Randstad.”

Aan wie geef je het stokje door?

“Mijn vrouw Roos!”