
Het boek van Souwie: Falun Ellie Koos - ROUWDOUWERS
Algemeen Het boek van SouwieIn Rouwdouwers richt hoofdpersoon Ada het woord tot haar broertje Broos. Ze groeiden op met hun vader in een stacaravan. Inmiddels leidt ze een teruggetrokken houthakkersbestaan in Galicië met een vreemde man en zijn twee honden. De situatie vertoont gelijkenissen met haar verleden, dat zich in flashbacks aan haar en de lezer opdringt.
In de vleesfabriek waar Ada als jongvolwassene werkt, ontmoet ze Frederique. Ze studeert aan de kunstacademie en komt stage lopen in de fabriek als onderdeel van haar ‘creatief proces’. Frederique sleept Ada mee in haar wereld "waar iedereen de godganse dag bezig is met wat ze voelen. Ze doen de hele tijd onderzoek naar wat ze ervaren. En dat vertaalt zich dan naar een muur vol uitgesmeerde kauwgom, bijvoorbeeld." Ada gaat studeren aan de kunstacademie, maar voelt ze zich er niet in thuis. Wat ze wel voelt is verraad naar waar ze vandaan komt, naar haar vader. Ze bevindt zich in twee verschillende werelden tussen kunst en caravan, met bijbehorende sociale conventies waar ze tussen moet switchen.
Ada’s herinneringen zijn haptisch; zitten vast aan tastbare dingen: stof, steen, hout, vacht of de huid. Een knie schaaft langs een brokkelige muur van haar kamer, een tong langs kapotgebeten wangen wanneer ze haar tranen inhoudt. In haar beeldhouwwerk beitelt ze ‘gezichten’ steen en hout. et cetera. "Met mijn handen herinner ik me iets meer dan met mijn hoofd. Bijvoorbeeld de textuur van de paarse strepen op haar buik", zegt ze over haar overleden moeder.
Het boek bevat complexe personages; niemand is eenduidig. Haar broertje Broos (van Ambroos), maakt zijn naam waar, hij is fragiel; een pieper en een janker. Dat haat haar vader en daarom Ada ook. ’Je moet sterk zijn; ‘niet janken’, luidt het devies van hun vader. Met zijn bikkelharde, Spartaanse opvoeding wil hij zijn kinderen weerbaar, onverkrachtbaar, onverdrinkbaar, maken. Na een incident laat hij de kinderen elkaar onder water duwen, tot uitputting aan toe, maar op zijn manier is hun vader wel zorgzaam.
Rouwdouwers is een voorbeeld van hoe mooi de Nederlandse taal kan zijn wanneer het afschuwelijke of absurde situaties in woorden moet vatten. Het boek bevat autobiografische elementen, maar dat is een te kortzichtige lezing. Het voelt wel aan als een verhaal dat verteld moest worden. Misschien is dat wel tekenend voor een debuut; een verhaal dat zich een weg naar buiten lijkt te wurmen.