Robert Nouwen in actie in de keuken van Brasserie Quinty's
Robert Nouwen in actie in de keuken van Brasserie Quinty's Foto: Robert Nouwen

Dit artikel is geschreven door
Carla Verhagen

10 vragen aan: Robert Nouwen

10 vragen aan 10 vragen aan

Dennis van der Kooi tipte ons eens bij Robert Nouwen langs te gaan. Deze horecaondernemer is al jaren het gezicht van Brasserie Quinty’s in De Koog. Op zijn zestiende rolde hij het vak in, en geniet er nog steeds van. Voor dat de gasten Quinty’s weer vullen, gaan we eens zitten voor de 10 Vragen.

Van wie ben je er ien?

“Mijn ouders komen allebei uit Limburg. Mijn vader uit Weert en mijn moeder uit Roermond. Toen ik negen was verhuisden we hier naar toe. Mijn tante woonde hier al en zodoende kenden we het eiland al. Mijn vader ging hier in eerste instantie in een offsetdrukkerij werken. Ik bloeide helemaal op. Als klein kind had ik enorm last van astma, lag om de haverklap in het ziekenhuis. Hier had ik door de zeelucht nergens meer last van. Al was het enorm wennen hoor, ik vergeet mijn eerste schooldag hier nooit meer. Bij juf Gielis op de Jozefschool. Ik deed mijn mond open met dat Limburgse accent en de hele klas lag slap van het lachen. Ik schaamde me dood. Nu woon ik samen met mijn vriendin en ben ik de trotse vader van een dochter en een zoon.

Een paar jaar nadat we hier kwamen zijn mijn ouders gescheiden. Mijn vader begon toen een strandpaviljoen. Ik zat nog op school maar vond dat helemaal niets. En toen kon je nog stoppen op je zestiende. Dus dat heb ik gedaan en zo kwam ik in de horeca terecht. Eerst in de keuken. Later heb ik nog lang bij discotheek De Toekomst gezeten als bedrijfsleider. Talk of the town, ook een jaar of zes. En toen kwam dit, Quinty’s. In eerste instantie wilde ik het niet, veel te groot, veel te veel geld. Maar een paar maanden later en na goede gesprekken met de toenmalige eigenaar en de bank toch gedaan.

Toch hadden we er ons wel op verkeken hoor. Ik weet nog goed dat we open gingen, op 8 december. Ik dacht lekker rustig, zo tussen Sinterklaas en Ouwe Sunderklaas. Nou, het zat stampvol, we konden het totaal niet aan. Toen zijn we echt nat gegaan. Maar goed, we zijn de kaart gaan aanpassen en uiteindelijk viel toch alles op zijn plek.”

Wat is jouw favoriete plek op Texel?

“Een moeilijke vraag, want er zijn zoveel mooie plekken. Maar waar ik echt tot rust kom is zeg maar de overgang tussen bos en duin. Als ik daar met mijn hond ga wandelen ben ik helemaal gelukkig. Het liefst loop ik bij De Hors, maar ja, daar mag de hond niet los, dus daar kom ik nou ook weer niet zo vaak. Het mooie is ook, hoe druk het ook is met toeristen, daar kom je eigenlijk bijna nooit iemand tegen.”

Wat zou je aan het eiland willen veranderen?

“Klinkt misschien gek voor een horecaondernemer maar het zou wel wat minder mogen met de heilige koe. Als er beter OV zou zijn dan hoeven er niet zoveel autobewegingen te zijn. Dat scheelt vast veel ergernis en drukte gevoel.”

Hoe ziet je ideale zondag eruit?

“Oh, daar is geen twijfel over mogelijk. Samen zijn met het hele gezin. Als we met zijn vieren lekker aan het kletsen zijn en we eten samen, wat niet vaak meer gebeurt, ben ik zo gelukkig. Ik heb een hele sterke band met mijn kinderen. Dat moet ook wel, want hun moeder leeft niet meer dus dan is je rol nog belangrijker. De zondag is wat dat betreft heilig voor me.”

Heb je een levensmotto?

“Klinkt een beetje cliché: maar alles komt goed. Dat zeg ik altijd. Ook tegen personeel als het ze teveel wordt of het te druk is. Alles komt goed, zelfs al kun je je dat nu nog niet voorstellen. En dat zeg ik ook tegen mezelf. En uiteindelijk komt het ook altijd weer goed.”

Heb je een quilty pleasure?

“Dat witte wijntje hè, toch wel horeca eigen. Al ben ik met de jaren toch wat voorzichtiger geworden. Zoals vroeger elke dag gaat natuurlijk niet meer. Maar een mooie witte wijn bij het eten, dat blijft genieten.”

Waar mogen ze je ‘s nachts voor wakker maken?

“Vaak geven mensen dan als antwoord iets te eten wat ze heel lekker vinden. Dat heb ik niet. Maar mijn kinderen mogen altijd bellen, die mogen me altijd wakker maken.”

Met wie zou je wel een dagje willen ruilen?

“Klinkt misschien gek, maar met een ouder iemand. Die gepensioneerd is, zeg maar. Ben benieuwd hoe dat is om niets te hoeven, zou dat nou lekker zijn? Of zou het een naseizoen dingetje zijn, haha. Of een biertje drinken met de oude Andre Hazes, dat zou ook wel lachen zijn.”

Waar erger je je wel eens aan?

“Dat iedereen maar een mening heeft. En dat dat allemaal zo hard moet tegenwoordig. Je mag best veel tegen me zeggen, maar ik ben ook een gevoelige jongen, dat raakt me dan soms best. En ook in de politiek, altijd maar die harde meningen, dat schreeuwen. Laten we gewoon eens aan gaan pakken, er zijn genoeg problemen om op te lossen tenslotte.”

Wat zou je nog willen leren?

“Dat ligt denk ik een beetje in het verlengde van mijn vorige antwoord. Me niet zo te irriteren aan anderen. Vervelende dingen gewoon blokkeren en niet binnen laten komen. Dat je die mening bij iemand anders laat en niet in je hoofd toe laat.”

Wie zouden we ook eens tien vragen moeten stellen?

“Ik ben benieuwd naar Richard van der Vis. Die heeft een garnalenkotter en komt hier wel eens eten. Die heeft vast veel verhalen. En hij is altijd positief, daar hou ik ook van.”