
Boswachter: ‘De kommavlinder is een fraai kleintje in het duin’
AlgemeenEr is een heel klein oranje vlindertje, wat je bijna nergens meer in Nederland ziet. Op Texel nog wel. Het lijkt wat op het vrij algemene zwartsprietdikkopje, maar wie goed kijkt ziet een verbluffend fraaie tekening op de zijvleugel van dit ‘dikkoppige’ dagvlindertje.
Op de grijsgroene onder vleugeltjes zitten hele mooie kommavormige witte vlekjes. In combinatie met de warme oranjegele binnenvleugel een fraai kleurenspel met veel details. Vanaf begin juli zijn de eerste waarnemingen weer gedaan. De vliegtijd is tot diep in augustus, dus opletten maar tijdens een aanstaande duinwandeling!
Duinvlinder
Net als met heel veel andere dagvlinders gaat het helaas ook met de kommavlinder niet goed in Nederland. De soort kwam in de jaren ’80 nog wijdverspreid in ons land voor. De zandgronden van Brabant en op de Veluwe waren zelfs bolwerk gebieden voor dit kleine vlindertje. Daar is die inmiddels loeizeldzaam geworden.
Algemeen heeft deze soort last van de versnelde verrijking en verzuring van de bodem. Die zorgt voor minder open grazige plekken en snellere vergrassing met ruigtesoorten. Open stuifzanden, heischrale graslanden en duingebieden hebben hier allen mee te maken. Op Texel zitten verspreid nog een aantal belangrijke bronpopulaties in de duinen. Het is hier dan ook met recht een duinvlinder.
De Muy
De beste plek voor kommavlinders op Texel is het afwisselende begrazingsgebied van de Muy en de Nederlanden. Rondom de Bertusnol bijvoorbeeld, het prachtige hoge uitkijkpunt waarvandaan je een ongelofelijk divers landschap kunt zien. De begrazing met de wollige Gallowayrunderen in combinatie met maaibeheer in de valleien zorgt voor een heel divers geheel.
In de droge duinen hebben veel unieke soorten hun waardplanten. Voor de kommavlinder is dat het subtiele fijn schapengras. Hele kleine polletjes staan tussen de viooltjes en de korstmossen. Daar zet ‘ie zijn eitjes op af.
Drinken doen ze dan op kleine en grote nectarbronnen in het open duin en de randen hiervan. Langs de wandelpaden is het opletten geblazen voor dat kleine duinvlindertje van nog geen 15 mm groot. Het is net als voor veel andere bijzondere insecten van het open duin een kwestie van variatie.
Droge open schrale plekken in het duin met fijn gras om eitjes op af te zetten en bloemrijke valleien en flanken in de binnenduinrand met bloemen. Soms gaat het dan ook gewoon om bulk van langbloeiende soorten met veel nectar. Kale jonker, jakobskruiskruid en gewone braam zijn evengoed van grote waarde en wat minder kwetsbaar in periodes van langdurige droogte. Kleine vlindertjes, maar ook veel duinbijen kun je met geduld en met oog voor detail vinden op deze kleine kleurrijke nectarbarretjes.
Tekst: Thomas van der Es
Boswachter Ecologie
Staatsbosbeheer Texel