Rikus met zijn wagen
Rikus met zijn wagen Foto: Souwie Lely

Tien vragen aan - Rikus Bakker

Algemeen

Ondanks de Texels klinkende naam is Rikus Bakker een geboren Amsterdammer, maar inmiddels is hij bijna niet meer van echt te onderscheiden. Sijbrand Ran droeg hem voor, net als veel anderen kent hij Rikus van zijn werk op de kolkenzuiger.

Van wie ben je er ien?

“Mijn ouders heten Rikus en Jenny Bakker. Ik ben van origine geen Texelaar, ik ben opgegroeid in Amsterdam Oud-West aan de rand van de Jordaan. Ik heb een broer en een zus en we gingen als kind heel vaak op vakantie naar Texel. Als jongeren zijn we dat blijven doen. Op een gegeven moment kregen we hier veel vrienden en verkering. Zo ben ik hier blijven plakken en mijn zus Lia ook. De mentaliteit is hier een stuk relaxter dan in Amsterdam, dat spreekt me enorm aan. Ook vind ik het prettiger hoe iedereen hier met elkaar omgaat, je kent je buren en kijkt een beetje naar elkaar om. Ik ben getrouwd met Wendy van der Slikke en we hebben twee prachtige dochters: Désirée en Michelle en twee geweldige schoonzoons. De oudste dochter woont in Oudeschild en de jongste heeft net een huis gekocht in Alkmaar. ”

Wat doe je voor werk?

“Ik werk al vijfendertig jaar bij gemeentewerken op de kolkenzuiger, dat is echt mijn passie. Mijn vader deed dit werk ook in Amsterdam, dat vond ik vroeger al prachtig. Hier op Texel vind ik het mooi dat je overal komt en mensen zijn altijd blij met je; je helpt ze letterlijk uit de stront. Daardoor heb ik heel veel leuke contacten; bij de bungalowparken, bij de aannemerijen enzovoorts. Daar kennen ze me inmiddels en weten ze me te vinden, ook omdat ik het al zo lang doe. Dat resulteert in een aantal mooie bijnamen: Slurpie, rioolidool en laatst kende iemand me niet als Rikus Bakker, maar ik stond in zijn telefoon als Rikus Poepkar, daar moet ik dan erg om lachen.”

Wat doe je in je vrije tijd?

“Ik heb de laatste tijd geleerd om iets meer tijd voor mezelf te maken. Dus ik heb recent mijn modelbouw weer opgepakt. Ik heb in de garage een klein werkplaatsje waar ik lekker zit te fröbelen. Ik maak alles zelf, dus niet uit een pakket of iets dergelijks. Ik heb een vrachtwagen gemaakt en werk al een tijdje aan een kraantje. Verder heb ik nog twee motors staan; ik ben een Harley-Davidson aan het opknappen en heb een Kawasaki uit 1981. Laatst voor het eerst sinds een tijdje weer een rondje gemaakt met mijn schoonzoon en zijn vader, dat smaakte naar meer.”

Favoriete vakantiebestemming?

“We komen net terug uit Noorwegen waar we hebben rondgetrokken met een camper. Het is de vijftiende keer dat we daar geweest zijn. Iedere keer ontdekken we toch weer nieuwe stukken. In Noorwegen geldt het ‘allemansrecht’, dat betekent dat je overal mag staan met de camper, dat is prachtig. De rust, de ruimte en de mentaliteit is wat ons trekt aan het land. Gelukkig zijn Wendy en ik er allebei helemaal gek van. We houden van stevige bergwandelingen maken en dat is daar prachtig. Je hoeft mij niet in Zuid-Frankrijk of Spanje neer te zetten. Ik houd niet van die hitte en drukte.”

Wat luister/kijk/lees je?

“Ik kijk graag naar informatieve zenders als Discovery Channel of History Channel. Ik ben echt een geschiedenisfreak, dat vind ik helemaal fantastisch, vooral de Romeinse tijd en de Middeleeuwen. Wat ik zo fascinerend vind aan de Middeleeuwen is dat er zo weinig is vastgelegd en opgeschreven, dus dat er veel vaag en onbekend is. Qua muziek mag het voor mij best wat stevig zijn; het liefst rock uit de jaren ‘80 zoals AC/DC en Aerosmith. Mijn favoriete auteur is Dan Brown. Ik lees nu zijn laatste boek en vind het indrukwekkend hoe die man een verhaal kan neerzetten. Als je het leest, zie je het helemaal voor je ogen gebeuren."

Waar zie je jezelf in tien jaar?

“Ik ben nu 61, dus ik mag nog zes jaar werken. Over tien jaar ben ik dus met pensioen. De droom is dan om een lange reis door Scandinavië te maken, het liefst met een eigen camper. Heerlijk samen met mijn vrouw Wendy op pad. IJsland lijkt me ook fantastisch om een keer te bezoeken. Onze dochter is er al eens geweest, die kwam heel enthousiast weer terug. Het is grappig, beide zijn ook erg Noord-Europa-minded, dat hebben we toch een beetje overgebracht.

Waar ben je trots op?

“Mijn gezin. En niet alleen om alle voor de hand liggende redenen. Natuurlijk ben ik trots op mijn dochters dat het goed met ze gaat en dat ze hun eigen plek hebben gevonden, daar hebben ze hard voor gewerkt. Maar ik ben er ook trots op dat ze er nooit moeite mee hebben gehad dat hun vader wel eens stinkend thuis kwam. Als ik dan tussen de middag thuiskwam om te lunchen vroegen ze: zit je vandaag in de vetvangers? Ze kenden, net als mijn vrouw, de lucht inmiddels.

Wie bewonder je?

“Mijn oud-collega Jan Vennik. We hebben een hele tijd samengewerkt. Hij is inmiddels met pensioen. Jan is een fijne vent. Hij straalt veel rust uit en staat met een enorm positieve en relaxte houding in het leven, ondanks dat hij een hoop heeft meegemaakt. Dat bewonder ik.”

Wat zou je nog willen leren?

“Ik vind het jammer dat ik niet meer weet over motortechniek, daar had ik graag meer over geweten. Ik kom een heel eind hoor. Ik ben een autodidact en heb mezelf een hoop geleerd. Als ik ergens tegenaanloop dat ik niet weet heb ik gelukkig een aantal vrienden die daar verstand van hebben die ik kan bellen.”

Heb je een motto?

“‘Niet elke verandering is een verbetering’. Soms – als iets goed is - is het ook goed om dingen te laten zoals het is. Je hoeft niet alles te veranderen of steeds maar meer of groter willen. Dat geldt wat mij betreft ook voor Texel en het toerisme. Iedereen leeft ervan, maar ik denk dat het wel goed is om de balans voor ogen te houden.”

Rikus wijst Sebas van Liere aan als volgende kandidaat voor deze rubriek. “Ik ben al vanaf mijn zestiende bevriend met zijn vader. Sebas heeft zijn eigen bedrijf in grondverzet en ik ben heel benieuwd naar zijn visie op de toekomst op Texel en zijn bedrijf.”