Daan tussen de cammasia's. “Ik hoef niet op vakantie, ik rijd liever een rondje over het land.”
Daan tussen de cammasia's. “Ik hoef niet op vakantie, ik rijd liever een rondje over het land.” Foto: Souwie Lely

10 vragen - Daan Terpstra

Algemeen

Deze rubriek brengt ons ditmaal naar ’t Horntje. Daar woont Daan Terpstra (42), vriend van Roel Merks die hem voordroeg voor deze rubriek. Daan deed af en toe stoffeerklussen met Roel. “Toen kwam ik ineens overal op het eiland. Maar meestal ben ik dichtbij huis te vinden.”

Van wie ben je er ien?

“Mijn ouders zijn Anton Terpstra en Alie Vlaming. Ik heb twee broertjes, Eduard en Timo. Eigenlijk heet ik Daniël, maar dat is in de loop der tijd afgekort tot Daan. Zelf heb ik drie kinderen Isabel (9), Lieke (7) en Thijme (5). Ik ben nu 12 jaar met Ramona en we hebben nog ouderwets verkering. Ons huis bouwde ik samen met mijn vader, naast dat van mijn ouders, die hier ook op het erf wonen.”

Wat voor bedrijf heb je?

“Ik heb sinds 2002 een bloembollenbedrijf. Mijn ouders hadden op deze plek een boerderij met koeien, maar dat was niets voor mij. Ik heb een opleiding plantenkunde gedaan en ben toen begonnen met dahlia’s. Nu telen we voornamelijk camassia’s, maar ook fritillaria’s zoals de persica. We verkopen voornamelijk aan exportbedrijven. Ik heb twee vaste Poolse werknemers en dan nog een aantal mensen die hier het seizoen werken. Nu iemand uit Canada en uit Spanje, het is een internationaal gezelschap. Het is hier een zoete inval, er komen altijd allerlei mensen aanwaaien en even een bakkie koffie doen, heel gezellig allemaal.”

Wat vind je het leukst aan je werk?

“Je bent heel vrij. Je bent er altijd mee bezig, maar het is naar je eigen idee. Je kunt zelf de mensen uitzoeken waarmee je werkt, et cetera. Het is heel veelzijdig, je moet snel kunnen schakelen en improviseren. Als boer moet je goed zijn in het oplossen van problemen, want die heb je iedere dag. Je werkt met de natuur en ieder jaar is weer anders. Tijdens een periode van heel erge droogte vorig jaar hebben we bijvoorbeeld een schip met water uit het IJsselmeer laten komen om te sproeien. Een paar telefoontjes maakt een hoop mogelijk. We hebben vorig jaar ook gekeken naar biologische teelt, maar dat was nog niet zo makkelijk en het kan een aantal jaar duren voordat dat aanslaat. Met wat veranderingen denk ik dat het nu gaat lukken, dat is nog even spannend.”

Waar ben je trots op?

“Natuurlijk op m’n kinderen, maar ook op mijn knutselprojecten. Ik vind het leuk om me in technische dingen te verdiepen.” Daan neemt ons mee voor een rondje over het terrein, daar staat een aantal zelfgemaakte machines. “Op het land hier staat de rooimachine, die haalt de bollen uit de grond. Ik heb er steeds weer wat aan verbeterd en aangepast, waardoor het steeds efficiënter gaat en er minder handen voor nodig zijn. We hebben nu ook een robotarm voor het sorteren van de bollen, dat biedt weer allerlei mogelijkheden.”

Wat doe je naast je werk?

“Ik doe aan kickboksen en karate. Ik zeg altijd: voor mij hoef je niet bang te zijn, want ik heb nog nooit een wedstrijdje gewonnen. Ik heb ook een tijdje les gegeven, dat vond ik erg leuk. Vooral aan kinderen, die zijn altijd enthousiast. Maar door het lesgeven kwam ik zelf niet meer aan m’n hobby toe, dat vond ik jammer.”

Wat vind je de mooiste plek op Texel?

“Hier bij mij thuis op het erf. Ik zeg altijd gekscherend: als ik 65 ben ga ik het eiland wel een keer ontdekken. Dat is natuurlijk een grapje, maar ik vind het hier aan de dijk heerlijk. Ik ben bijvoorbeeld ook geen vakantiemens. Ik ga liever met de quad een rondje over het land om m’n hoofd leeg te maken.”

En als je ergens anders zou wonen?

“Ik vind het interessant om iets te weten en te leren over andere landen. Ik heb er bijvoorbeeld aan gedacht om te emigreren naar Canada. Om daar te doen wat ik hier doe, maar dan met een veel groter stuk land. Als ik hier op de trekker rijd, dan ben ik veel te snel klaar. Het lijkt me heel tof om ergens heel ruim te wonen. Ik ben niet mensenschuw hoor, vind mensen heel leuk, maar soms denk ik wel eens: ‘laat me met rust’. Ik heb eerder ook aan Nieuw-Zeeland gedacht, daar een boerenbedrijf combineren met het verhuren van zelfgebouwde boomhutten. Nu met de kinderen maak je minder snel zo’n stap.”

Wat zou je aan Texel willen veranderen?

“Ze hebben hier de Prins Hendrik Zanddijk aangelengd. Dat is heel mooi geworden, maar het heeft ontzettend veel geld en gasolie gekost om dat aan te leggen en vervolgens gaat er een hek omheen met een bord ervoor met ‘Natuur’, al vind ik er weinig natuurlijks meer aan. Ik vind het zonde dat daarmee de natuur zo afgesloten wordt. Ik zou graag zien dat de natuur op Texel toegankelijker wordt voor iedereen, bijvoorbeeld door meer fiets- en wandelpaden. Ik begrijp natuurlijk dat bepaalde stukken afgesloten worden in het broedseizoen, maak mensen daarvan bewust, maar laat verder mensen van de natuur genieten.”

Heb je een guilty pleasure?

“Ik ben aan het sparen voor een tank, dat lijkt me echt fantastisch. Ploegen met de tank, de kinderen naar school brengen, dat is toch hilarisch. Ik heb al wat onderzoek gedaan en een keer ergens op geboden, maar dat liep een beetje hoog op. Het is een dure hobby, maar ooit komt ‘ie er wel. En ik zou nog een keer een hovercraft willen maken, dat is het ultieme knutselproject. Dat lijkt me ook geweldig.”

Waar erger je je aan?

“Ik erger me wel eens aan de onwetendheid van mensen. Ik heb hier soms mensen die zonder nadenken het bollenveld op lopen en dan bijvoorbeeld boven op een bedje bollen gaan liggen om foto’s te maken. Totaal geen besef dat dat niet kan en dat als iedereen dat doet dat er geen bloemen meer overblijven om te fotograferen. Ik ben ook niet iemand die daar dan een hek omheen zet, dat vind ik zonde. Kijken doe je met je ogen.”

Robin Waerts komt volgende keer aan het woord. Daan vertelt: “Ik was ruim twintig jaar geleden een van de eerste leerling van zijn vader Nico met kickboksen en karate. Ik vind het heel leuk dat Robin nu het stokje van ‘m overneemt met de sportschool en lessen, dat lijkt me een geschikte volgende kandidaat.”

Souwie Lely