De Alesia trok in 1923 veel bekijks op het strand bij Paal 16.
De Alesia trok in 1923 veel bekijks op het strand bij Paal 16.

De stranding en berging van de ‘Alesia’ in 1923 (deel I)

Laatste butegaas
Een van de meest tot de verbeelding spre-
kende strandingen was die van de ‘Alesia’.

Op 19 december 1923 kwam een telegram
van de vuurtoren dat er een schip in moei-
lijkheden was ten zuiden van De Koog.

De bemanning van de reddingboot bereikte
tegen het ochtendgloren het strand achter
de Westermientse bossen bij paal 16.
Groot was hun verbazing toen er boven de
duinen een groot, donker gevaarte uitstak.

Het was de ‘Alesia’, een groot stoomschip
van Duitse afkomst dat na WO I aan Enge-
land was overgedragen als herstelbetaling.

Het schip was in 1896 gebouwd in Flens-
burg, woog 8000 ton, maar het bleek geen
prettig cadeau voor de Engelsen te zijn.
Het was rijp voor de sloop en met sleep-
boothulp was het schip, met onbruikbare
schroeven en motor, op weg naar Bremen.

Tijdens een hevige orkaan brak de tros van
de sleepboot ‘Hoheweg’ en was het lot van
de onbestuurbare Alesia bezegeld.

Het lege schip, zonder lading en brandstof,
werd hoog op het Texelse strand geworpen.
De 13-koppige bemanning werd met de Ko-
ger reddingboot van boord gehaald.

Had men nog even gewacht dan hadden zij
zonder natte voeten te krijgen via de ladder
van boord op het strand kunnen stappen.

En daar lag het schip hoog en droog op het
Texelse strand: alsof het er nooit meer van-
af zou komen en dat dacht men ook.
De vraag was wat met het schip te doen:
Aankopen door de Gemeente en dan als at-
tractie laten liggen werd even overwogen.

Of zou het toch een karwei moeten worden
voor de beitel en hamer van de sloper?

Ondanks de geringe waarde van het schip
werd er een bergingscontract afgesloten
met de heren Dros van Bergingsmij. Texel.