
Texelse Bronnen: Veiligheid door loodswezen en vuurtoren
Historiedoor René Zanderink, bioloog-journalist en organisator van culinaire trips, met dank aan loods Maarten Noot
In 1781 woonden in Oudeschild 122, in Nieuweschild 45 en in Den Hoorn 99 loodsen. In 1783 werden bij Texel nog 1805 schepen beloodst. In de 18e eeuw liep het aantal loodsen op tot meer dan 20 procent van de beroepsbevolking. Texel had namelijk aan twee zijden, de Noordzeekant en de Waddenzee/Zuiderzee-kant hulp nodig. Zij loodsten de schepen in de Gouden Eeuw - waaronder die van de Noordsche Compagnie van Walvisvaarders, de VOC en de WIC - door het toenmalige Spanjaardsgat van de Noordzee naar de Texelse Reede bij Oudeschild en weer terug. Door de steeds veranderende geulen en zandplaten van de buitendelta was dit een gevaarlijk kustgebied, voor grotere schepen te gevaarlijk om zonder loods naar binnen of naar buiten te varen.
Zeereep
In de 17e eeuw lag Den Hoorn dicht aan zee en lag de zeereep, de duinenrij vlak aan zee, aan de voet van het Loodsmansduin. In die tijd fungeerde het duin als uitkijkpost voor de loodsmannen in Den Hoorn. Hierdoor konden zij zich tijdig als loods voor de binnenkomende en uitvarende zeeschepen ter beschikking stellen. De Mok werd halverwege de 17e eeuw een belangrijke rede voor de scheepvaart en het Loodsmansduin kreeg er een aanleghaven, waar de schepen naar toe moesten, bij.
Pilotage
In feite zijn er al vanaf de oudheid op zee loodsen geweest. Maar er waren volgens de regenten in Holland te veel excessen van zowel binnenkomende als uitgaande schepen. Daartoe werd in 1615 reeds het College van Pilotage benoorden de Maze opgericht, benoemd door de steden Amsterdam, Medemblik, Enkhuizen en Hoorn. Loodsen moesten examens afleggen om aan te tonen dat ze over voldoende kennis over de geulen, banken en bakens beschikten en natuurlijk ook de weersontwikkelingen kenden. In 1698 werd bepaald dat alleen kloeke mannen tussen de 25 en 30 jaar loods mochten worden. De loodsen waren verplicht om de schepen naar volgorde van binnenkomst te begeleiden. Het veilig binnenloodsen van een volbeladen VOC-schip uit de Oost leverde voldoende op om een eenvoudig huisje in Den Hoorn te kopen. Om te voorkomen dat alle loodsen zich op een dergelijk VOC-schip gingen storten, waren ze dus verplicht ieder binnenkomend schip achterelkander te helpen. De loodsschepen droegen een witte vlag in de mast met een nummer. Vanaf 1815 werd het een blauwe vlag met een witte L erop.
Betaald in drank
Dat binnenstappende loodsen aan boord van de schepen niet overal graag geziene gasten waren, kan men lezen in het boek over de Texelse kapitein van de Anna Jacoba, Dirk Kooger, die opschrijft: “Om de reis te beklinken gingen we een brandewijntje met suiker drinken. Dit geschiedde dan gewoonlijk in kommen, maar een van de loodsen van mijn bedienerschuijt wiens naam ik maar S. van der S. zal noemen, had wel de goedheid om een fles of mogelijk wel twee uit mijn kan te lenen.”
Noord-Hollands Kanaal
Aan deze bestaansbron kwam vrij snel een einde na de aanleg van het Noord-Hollands kanaal (1819-1824) en het Noordzeekanaal (1865-1875). Daardoor konden Amsterdam en andere Zuiderzeehavens op een andere manier de weg naar de internationale zeeën vinden. Bovendien werd in het midden van de 19e eeuw voor het zeegat van Texel een rijksloodsdienst – gecentraliseerd in Den Helder – ingesteld. De particuliere loodsen die nog op Texel actief waren, kwamen eerst onder rijkstoezicht en werden uiteindelijk in 1863 opgeheven. Vanaf toen ressorteerde het Loodswezen onder het Ministerie van Marine en later het Ministerie van Defensie. Enkele Texelse loodsen, voornamelijk uit Oudeschild, verhuisden naar de overkant, naar Den Helder. De loodsen uit Den Hoorn vonden werk in de bloembollencultuur, die uit Oudeschild pakten hun oude beroep van visser weer op. Den Hoorn was al vanaf 1742 en uiteindelijk in 1844 vrijwel geheel leeggelopen, van 247 naar 101 huizen, doordat de loodsen daar verdwenen. Nu getuigen alleen nog de naam ‘Loodsmansduin’ en zo’n 20 loodshuizen in de Herenstraat van dit voor Den Hoorn zo belangrijke beroep. Deze buurt werd de Knoppenbuurt genoemd, vanwege de koperen knoppen op de deuren.
Vuurbakens
Voor alle bij Texel binnenkomende schepen werd een halve stuiver vuurgeld per last betaald (als inhoudsmaat: 3000 liter). Op Texel werden namelijk vuurbakens aangelegd op duintoppen, zoals de Stooknol in de Bollekamer. Nog in de 20e eeuw werd een licht ontstoken op de trans van de kerktoren van Den Hoorn. Voor het veilig binnenbrengen van een VOC-schip werd aan de twee verplichte loodsen (die meevoeren tot aan Pampus) tussen 350 en 500 gulden (omgerekend naar huidige prijzen 3500 en 5000 euro) betaald, afhankelijk van de diepgang. Van elke gulden die een loods binnenbracht, werd in Den Hoorn een stuiver in de ‘bosse’ gestort, een oudedagsverzekering voor zeelieden. Loodsen moesten ook maandelijks de geuldiepten van de zeegaten peilen. Omgekeerd diende elk passerend schip een loods in dienst te nemen. Soms kwamen ze zelfs aan boord en voeren ze mee diep de Zuiderzee op of naar Het Kanaal, om vooral Oost-Indiëvaarders op te halen.
Vuurtoren op Texel
De vuurtorens van Den Helder en Vlieland stonden te ver uit elkaar. De Eierlandse Gronden, het water tussen Texel en Vlieland, was te donker en te gevaarlijk. Bij storm kon je daar op de kust slaan. Daarom moest op het noordelijkste puntje van Texel een vuurtoren komen. Immers, tussen 1848 en 1860 waren er maar liefst 72 schepen voor de Texelse kust vergaan. In 1864 werd de vuurtoren ontstoken. De jutters waren er niet blij mee! In 2003 ging de laatste vuurtorenwachter met pensioen. Sindsdien wordt het werk van de Texelse vuurtorenwachters overgenomen op afstand, door die van de Brandaris op Terschelling.
Uitzonderlijk
Tegenwoordig zijn er alleen nog maar plezierjachten en vissersboten op Texel te zien. Een loods wordt alleen nog in uitzonderlijke gevallen op het eiland gezien. Het kunnen grote windjammers zijn, maar ook wel vrachtschepen of passagiersschepen (zie afbeelding). Lange schepen zijn namelijk loodsplichtig. Bovendien is het best wel moeilijk Oudeschild binnen te varen en op tijd stil te liggen in de haven.
Wilt u nog een tochtje meemaken met de originele loodsbotter Texelstroom uit 1906, meldt u zich dan aan per tel. 06-51794992 of e-mail texelstroom@gmail.com en vertrek vanaf de haven van Oudeschild voor een unieke ervaring. Het merendeel van de tijd deed deze boot dienst tussen Texel en Den Helder, eerst van 1914 tot 1922, vervolgens van 1936 tot 1952. Sinds 1999 is de oude nog immer varende loodsbotter eigendom van de Stichting Behoud Loodsvaartuig Texelstroom.