
Dit artikel is geschreven door
Pepijn Dros
Pepijn Dros is redacteur van onder meer Texel dit Weekend en de Vakantiekrant.
10 vragen aan... Matthijs de Groot
10 vragen aan 10 vragen aanHoewel Matthijs de Groot (53) afkomstig is uit Hilversum en woont en werkt op Texel, praat hij als een Rotterdammer. En zo voelt hij zich ook. “Als je me vraagt wat ik ben, dan zeg ik Rotterdammer!” In een vorige aflevering droeg Freddie Gerrits zijn buurman aan voor deze rubriek.
Wie is Matthijs de Groot?
“Ik ben opgegroeid in Hilversum waar mijn ouders werkzaam waren in de media. Mijn pa als onderzoeksjournalist en mijn moeder maakte een radioprogramma. Na de middelbare school wilde ik kunstacademie doen, maar met alleen MAVO bleek dat geen optie. Toen ben ik naar Schoonhoven verhuisd om een opleiding tot goud- of zilversmid te doen. Vervolgens heb ik jaren in Rotterdam, de stad van mijn moeder, gewoond. Door mijn liefde voor parachutespringen kwam ik op Texel terecht. Bij het Paracentrum heb ik een paar jaar gewerkt als instructeur. In 2007 besloten mijn vriendin en ik om ons definitief op Texel te vestigen. Belangrijk in die keuze was dat ze op dat moment zwanger was. We wonen nu met veel plezier in De Cocksdorp met onze dochter.”
Wat vind je mooi aan je vak?
“Het is nooit een bewuste keuze geweest om goud- en zilversmid te worden, maar het is een prachtig vak. In mijn atelier-winkel in Den Burg verkoop ik uitsluitend sieraden door mijzelf gemaakt, of door Nederlandse goudsmeden die ik kén. Ik werk voornamelijk in opdracht en daarnaast doe ik veel reparaties. Mensen denken wel eens dat je als goudsmid neerkijkt op reparaties, maar het tegendeel is waar. Het repareren van sieraden is juist het moeilijkste aspect van mijn vak en toevallig ben ik er heel goed in! Zo had ik hier een keer een man wiens trouwring in een houtversnipperaar terecht was gekomen. Die ring, als je het zo nog kon noemen, was totaal verwrongen. Ik heb ‘m helemaal opgelapt. Toen hij de ring kwam ophalen viel zijn mond open van verbazing en stonden de tranen in zijn ogen.”
En dus gek van parachutespringen?
“Nou, zeg maar gerust bezeten. In Hilversum woonde ik naast het vliegveld en zag ik ze jarenlang naar beneden komen. Ik was begin twintig toen ik zelf begon met springen en ik ben er pas mee opgehouden rond mijn veertigste. In die jaren stond alles in het teken van springen. Als freelance goudsmid in Rotterdam werkte ik me een half jaar lang de kleptyfus, zodat ik daarna langs alle dropzones van Europa kon gaan. Om een centje bij te verdienen deed ik klusjes, zoals parachutes vouwen voor mensen die daar te lui voor waren. Ik was bevriend met jongens die tot de absolute wereldtop behoorden. Zelf was ik niet zo goed, maar ik kon de kunst van het vliegen wel een beetje afkijken.”
Spring je nog steeds?
“Op een dag was ik er helemaal klaar mee. Het is een young man’s game, en als ouwe lul heb je niks meer te zoeken op de dropzone. Inmiddels heb ik wél mijn vliegbrevet gehaald want het luchtruim blijft toch trekken! Soms pak ik het motorzweefvliegtuig om bij mijn moeder in Hilversum op de koffie te gaan. Ze woont nog altijd naast het vliegveld, en het is voor mij -gek genoeg- de goedkoopste manier om bij haar langs te gaan.”
Wat is er zo fijn aan in de lucht zijn?
“Het is één van de weinige plekken waar je ook écht he-le-maal op jezelf bent aangewezen. Als ik vlieg en er zou iets mis zijn met de motor, kan ik roepen over de radio wat ik wil maar dan zal ik die kist toch echt zelf aan de grond moeten zetten. Nou, dát gevoel een beetje. Alles is tegenwoordig zó veilig.”
Rijd je daarom graag in oldtimers?
“Ik heb twee oldtimers uit de jaren veertig geërfd van mijn vader: een Ford Sedan en een Jeep. De Ford is nog helemaal origineel, inclusief de bekleding en buizenradio. Je moet er wel even mee leren rijden, want het is een slagschip op wielen. Totaal niet geschikt voor de drukke wegen van tegenwoordig. Ik rijd er heel af en toe in.”
Wat is je favoriete plek op Texel?
“Op drie kilometer hoogte in de lucht! Ik ben dan nog maar een stipje in de lucht, maar ik heb dan een uitzicht! Je kijkt op een mooie dag tot voorbij de hoogovens in IJmuiden.”
Waar erger je je aan?
“In het hoogseizoen worden er veel fietsen voor mijn winkel in de Hogerstraat gezet. Als ik er iets van zeg, ben ik een zeikerd. Of ik word zelfs uitgescholden. Ik ben Rotterdam gewend, dus ze maken mij de pis niet lauw. Maar mijn buren bijvoorbeeld zijn hoogbejaard en kunnen hun huis soms niet eens uit! De gemeente moet hier nu echt eens werk van maken, want dit is ongastvrij voor iedereen. Als je je profileert als fietseiland, dan moet je ook het parkeren faciliteren in alle dorpen.”
Welk boek wil je ons aanbevelen?
“Ik lees ‘s zomers graag over poolexpedities van een eeuw geleden. De tocht van Ernest Shackleton bijvoorbeeld of de race naar de Zuidpool tussen Scott en Amundsen die Scott uiteindelijk zelfs met de dood heeft moeten bekopen. En ondanks alle ontberingen blijven deze gasten zo dandy als het maar kan. Heerlijk om te lezen, zeker als ik zelf in het zonnetje zit in mijn strandhuisje met een koud pilsje binnen handbereik.”
Heb je een favoriet muziekalbum?
“Als ik naar een onbewoond eiland ga en één album mag meenemen dan gaat de keuze tussen Dark side of the Moon van Pink Floyd of Moon Safari van Air. Ik denk dat ik dan tóch voor die laatste kies vanwege het opwekkende karakter van die plaat. Zelf maak ik ook graag muziek, meestal aan de keukentafel samen met het gezin. Zo hebben we een paar jaar terug een cheesy Sint Maarten liedje gemaakt op de melodie van ‘Zie ginds komt de stoomboot’. Mijn dochter vertelde dat op school, en haar docent was gelijk enthousiast. Dat jaar gingen de kinderen uit haar klas langs de deuren met ons liedje. Maar afgelopen jaar hoorde ik het liedje weer voorbijkomen, maar dit keer gezongen door kinderen die ik niet ken. Briljant!”
Voor een volgende keer wil Matthijs graag Ton Arnout aan het woord zien in deze rubriek. “Ik ken Ton van ‘s ochtends koffie doen in de Kastanjeboom. Mooie vent. Hij heeft geen computer en geen smartphone. Dan scoor je bij mij dikke punten!”
Tekst: Pepijn Dros
“Soms pak ik het vliegtuig om bij m’n ma in Hilversum op de koffie te gaan”