
Dit artikel is geschreven door
Pepijn Dros
Pepijn Dros is redacteur van onder meer Texel dit Weekend en de Vakantiekrant.
10 vragen aan... Jack Betsema
10 vragen aanDankzij Nick Schagen staan we op de stoep bij Jack Betsema. Visserman, duiker, uitvinder, schilder, verhalenverteller; wat kan deze markante Texelaar eigenlijk niet? “Nou, ik ken niet goed leze en skriêve”, zegt Jack met Texelse tongval. “Op mijn veertiende ging ik deerom van skool.” Wat volgt is een leven lang op zee. Als visserman vaart hij jarenlang wekelijks uit met de TX38. In de weekenden is hij als fervent duiker vooral onder water te vinden. Ook ’s nachts is de zee nooit ver weg. “Zelfs als ik droom ben ik aan het vissen!”
Wie is Jack Betsema?
“Bijna veertig jaar ben ik getrouwd geweest met Addy Stenderd. Samen hebben we drie prachtige kienders: Guido, Linda en Elles. Helaas is Addy bijna achttien jaar geleden overleden. Inmiddels ben ik bijna twaalf jaar samen met Carla Stark en samen hebben we het goed. Van 1965 tot 2000 heb ik gevaren op de TX38. Vissen is mijn lust en mijn leven. Ik was er altied mee bezig, ook hoe het beter kon. Zo heb ik een aantal slimmigheidjes bedacht, waar de ‘Jack-Wing’ het bekendste voorbeeld van is. Naast vissen ben ik ook gek van duuken. Tijdens het vissen gebeurde het wel eens dat je net ergens in vast haakte en dan dacht ik, wat zou dat nou toch weze kenne? Zo is het voor mij begonnen. In totaal heb ik 48 jaar lang gedoken. In de begintijd was het net El Dorado onder water. We doken soms wel op drie wrakken op één avond. In die tijd waren een hoop wrakken bloot komen lèègge, omdat ze tussen Texel en Den Helder aan het zandsùùge waren. Ik denk dat we met onze duikclub zeker de helft van de collectie in Kaap Skil boven water hebben gehaald. Als visserman wist ik de goeie plekkies altied wel te vinden. Jack heb een kompas in sien kop, zeiden ze dan.”
Geboren en getogen op Texel?
“In 1942 ben ik geboren op Oost als derde zoon in een gezin van negen. Mijn vader Gerrit was op sien achttiende van Friesland naar Texel komen fietsen op zoek naar werk. Ze waren hier toentertijd bezig met het ophogen van de dijken dus er was werk zat. Mijn vader was dagloner, zeg maar de zzp’er van toen. Op Texel ontmoette hij mijn moeder -Trijn Slik- en zo is hij hier blijven hangen. Als klein kiend was ik al aan het vissen. De zee was immers om de hoek. Hoewel we het thuus niet breed hadden, heb ik een prachtige jeugd gehad. Wel kreeg ik al vroeg mee, dat je je eigen moest zien te redden. Ik hoor nu wel eens dat kienders uut arme gezinnen een fiets krijgen van de ien of are instantie. Dat was vroeger wel anders. Als je niet wou lopen moest je zélf wat aars verzinnen. Dan ging ik naar de ‘Rooie Zee’, de vullisbelt, om onderdelen te halen en zo skarrelde ik m’n eigen fiets bij elkaar.”
Hoe ging het nadat u als 14-jarige stopte met school?
“Het vissen trok me wel, dus al snel ging ik mee op de garnalenkotter van Piet Slik, de broer van mijn moeder. Het was hard werken, maar ik vond het prachtig. Na een tijdje stapte ik over op de TX11 om op de Noordzee te gaan vissen. Zodra er een briessie opstak werd ik zo misselijk os een kraab. En daar heb ik eigenlijk altied last van had. Ik heb nog een hele tiêd bruuk maakt van pleisters die ik achter mien oren plakte. Dat hielp wel. Soms was het de hele week rotweer op zee en dan bleef ik pleisters plakken. Als ik vrijdags dan thuus kwam, kon ik geen krant lezen want het duzelde me voor de ogen. Later zijn de pleisters trouwens verboden, maar ze hielpen mij best.”
Hoe zit het met uw fascinatie voor haringvissen?
“Het liefst viste ik op haring, want dat is spannend. Haringvissen is sterk periodegebonden. We voeren naar Whitby bij Engeland en dan volgde je de haring helegaar richting Boulogne in Frankrijk. En dan probeerde je zo’n skool te pakken te krijgen. Soms lukte dat en had je zo honderd ton haring in je netten die je amper kon laden maar soms greep je ook net mis en had je niks. Ook voor de kust van België, bij de Vlaamse banken, zat het barstensvol haring. Dat hele gebied staat nu vol windmolens. Die kotters benne ze allegaar aan het omsmelten voor die molens denk ik wel eens. Zonde man.”
Mist u de zee nu u niet meer kunt vissen en duiken?
“Valt wel mee hoor. We hebben nog een mooi bootje waarmee we regelmatig naar Friesland varen. We benne dit jaar al zeker acht 8 weken wegweest en daar komen beslist nog een paar weken bij, want de zee bluuft trekken.”
Wat is uw favoriete plek op het eiland?
“Ik fiets graag richting de Schorren. Bij het Prins Hendrik Hotel rijd je dan een stukkie binnendijks en even verderop ga je weer over de dijk heen. In dat hoekie staat een bankje waar ik graag zit. En dát uitzicht... vind ik het allermooiste deel van Texel.”
Ondanks uw hoge leeftijd trekt u er nog graag op uit?
“Natuurlijk! Ik ben graag bute. Ik heb altijd veel gefietst en zelfs nog jaren de Friese Elfsteden Rijwieltocht op pinkstermaandag gereden. In mijn tijd kon ik ook heel aardig skaasen. Ik heb het zelfs nog eens opgenomen tegen Ard Schenk op de Roggesloot. Die wedstrijd heb ik op sien reet af verloren.”
Zijn er zaken waar u zich aan ergert op Texel?
“Van hier naar De Cocksdorp zie je overal van die ganzenwatertjes. Als ik me ergens aan erger, dan is dat het. Vroeger had je een paar van die watertjes, maar nu barst het ervan. Ze benne allegaar hetzelfde en allegaar nep.”
U bent erg handig begrijp ik; wat maakt u zoal?
“Ik ben altied aan het rommelen in m’n skuur. Vorig jaar viste een Wieringer visser zo’n houten kop uut het water. Die heb ik vervolgens nagemaakt. En ik schilder graag. Ik heb thuus allemaal skildereën hangen van mezelf. In het hokkie van de duikclub hangen er ook een paar die ik gemaakt heb. Zelfs in Kaap Skil hangt een groot skilderee van mij van 3,5 bij 2,5 meter. Het museum vroeg of ik er eentje wou maken over de walvisvaart. Dat heb ik gedaan. Ik ben er zes weken mee bezig weest. En ik werk altijd in de woonkamer, dus het was een aardige bende in huus. Maar ik vind het hartstikke leuk dat er in Kaap Skil niet alleen spullen te zien zijn die ik heb opgedoken, maar ook iets dat ik met mien eigen handen gemaakt heb.”
Wie ziet u graag terug in een volgende aflevering?
“Mijn kleinzoon Ricky Drijver is professioneel duiker. Dat vind ik prachtig. Ik denk dat hij, net als ik, een hoop te vertellen heeft.”