
De Volvo 66 van Minke
In de rubriek ‘Blikvanger’ gaan we langs bij Texelaars met een passie voor oldtimers. De één is gek van Britse klassiekers, een ander heeft een voorliefde voor dikke Amerikaanse bakken en weer een ander zweert bij Italiaanse sportauto’s. Waar komt de liefde vandaan en wat maakt die auto nu precies tot hun heilige koe? Deze keer stappen we in bij Minke Leppink (25).
Waar rijden we nu in weg?
“Dit is een Volvo 66 uit 1980. Eigenlijk is het een doorontwikkelde DAF 66. Volvo heeft destijds DAF overgenomen, vooral vanwege die variomatic-techniek waarom DAF bekend stond. Ze hebben die auto bijna één op één nagemaakt, maar dan veiliger. Zo zitten er metalen balken in de portieren en heeft het stuur een knikpunt. Dat vind ik wel een geruststellend idee, dat je niet gespiesd wordt door je eigen stuur als je ergens tegenaan rijdt. Wat hem echt bijzonder maakt, is die variomatic. Deze heeft een dubbele vario, met twee riemen en centrifugale kracht. Je hebt eigenlijk oneindig veel versnellingen. Hoe meer gas je geeft, hoe verder die riemen naar binnen drukken en hoe groter de diameter wordt en dus ‘schakelt’ hij vanzelf. En het mooiste? Hij kan net zo hard achteruit als vooruit.”
Waar komt je autoliefde vandaan?
Dat je dus net zo hard achteruit kunt als vooruit… dat zegt eigenlijk alles
“Van mijn vader, absoluut. Mijn vader, Gert-Jan, was een fervent sleutelaar. Ik ben opgegroeid tussen oude Saabs. Mijn moeder rijdt nog steeds een Saab 900 Turbo uit 1997 en mijn broer heeft een Saab 99 uit 1973. Dus ja, ik ben wel een beetje gevormd door die wereld. Mijn vader heeft vroeger bij Mosselman Turbo Systems gewerkt, echt een begrip in de autotuning. Daarna is hij iets totaal anders gaan doen, maar die liefde voor techniek en turbo’s is nooit weggegaan. En dat werkte aanstekelijk. Als kind stond ik al in de werkplaats tussen de gereedschappen en dikke turbo’s. Dat vond ik magisch.”
Is sleutelen voor iedereen?
“Bij ons thuis wel, haha. Het is niet echt een mannenwereld bij ons. Mijn broer en ik sleutelen samen aan de auto’s, bijvoorbeeld aan de Saab van mijn moeder. En aan deze Volvo sleutel ik ook zelf. Het fijne aan deze auto is dat hij zo simpel is. Er zit bijna niks in. Dat klinkt misschien negatief, maar het is juist heerlijk, want er kan dus ook bijna niks kapot. En als er iets stuk gaat, kun je het vaak zelf oplossen. Dat vind ik echt leuk. Als ik er niet uitkom, kan ik altijd mijn broer bellen.”
Wat doe je naast sleutelen?
“Ik heb mijn vwo gehaald en daarna even in Enschede gewoond. Daar ben ik begonnen met Industrial Design Engineering. Maar de universiteit was niet echt mijn ding. Ik vond vooral de werkplaats fantastisch. Frezen, lassen, dat soort dingen. Maar het studeren zelf… dat werd een beetje de Titanic redden met ducttape. Toen kwam corona, verloor ik mijn baan in de horeca en ben ik teruggegaan naar Texel. Nu werk ik bij de Twaalf Balcken en woon ik weer bij mijn moeder. Ik ben nog een beetje aan het uitzoeken wat ik precies wil.”
Hoe kwam deze Volvo op je pad?
“Tweeënhalf jaar geleden. Ik was eigenlijk op zoek naar een Volvo 66. Ik hield Marktplaats in de gaten omdat het me gewoon een ontzettend leuke auto leek: de charme van een DAF, maar dan met de veiligheid van Volvo. Op een gegeven moment tipte een vriend me dat er eentje op Texel te koop stond. Dat was puur toeval. Toen heb ik hem gekocht van Tom van Loon. Geen Saab, maar het voelde zeker niet als vloeken in de kerk. Mijn vader had vroeger ook DAf'jes.”
Wat maakt deze auto zo leuk?
“Hij heeft gewoon karakter. Het is een beetje een debiel autootje, maar dan op een leuke manier. Hij is verrassend comfortabel, ondanks dat hij zo simpel is. En die techniek fascineert me echt. Dat je dus net zo hard achteruit kunt als vooruit… dat zegt eigenlijk alles. Het is eigenzinnig. Dat past ook wel bij mij, denk ik.”
Veel aan moeten doen?
“Ja, meteen al eigenlijk. Ik had hem twee of drie dagen en toen viel hij stil. De tank was leeg geweest en daardoor kreeg ik misfires. Uiteindelijk bleek er een probleem te zitten in een vacuümslangetje bij de distributeur; een palletje was eruit geknald. Dat was best een zoektocht. Ik dacht eerst dat het iets simpels was, zoals een zekering. Maar dat was het niet. Toen ben ik de werkplaatshandleidingen ingedoken. Ik heb er twee, een hele uitgebreide van de DAF-club en een wat toegankelijkere vraagbaak. Ik zat uiteindelijk in de Twaalf Balcken met foto’s en tekeningen naast elkaar en toen dacht ik ineens: verrek! Daar zit het verschil. Dat moment was echt heerlijk. Toen ik hem daarna startte, kneep ik hem wel even, maar hij liep meteen. Dat was echt opluchting… en ook wel trots.”
Ben je eraan gehecht geraakt?
“Ja, zeker. Ik gebruik hem dagelijks en hij rijdt nog steeds prima. Hij is laatst nog door de APK gekomen. Ik heb wel wat dingen gedaan: nieuwe schokbrekers voorin, het stuurhuis vervangen. Want er zat zó veel speling in, dat ik eerst een kwartslag moest draaien voordat er iets gebeurde.”
“En je krijgt er ook veel reacties op. Mensen worden er blij van. Laatst stopte ik bij een zebrapad en kwam er iemand naar me toe die hem wilde kopen. Maar ja, dit is mijn auto. Die doe ik niet zomaar weg. Het idee was ooit om hem als tussenauto te hebben, want eigenlijk wilde ik een Saab 99. Maar ik kan er nog geen afscheid van nemen. En zelfs als er ooit iets anders komt, denk ik dat ik deze gewoon houd.”
Meer oldtimers zien? Tot en met oktober is er iedere eerste zondag van de maand de Oldtimer Meet & Greet op de haven van Oudeschild van 11:00 tot 13:00 uur.
Pepijn Dros