Blog van de boswachter: De distelvlinder
Blog van de boswachter: De distelvlinder Foto: Texelditweekend

Blog van de boswachter: De distelvlinder

Natuur
Als je goed om je heen kijkt, kun je in de Texelse natuur distelvlinders tegenkomen. De oranje met zwart gevlekte vlinder is een soort die gemakkelijk te herkennen is. Wanneer je de trekvlinder ziet op het eiland heeft deze al een lange reis achter de rug. Met de zuidoostenwind die het Saharazand meebrengt, komen ze aan in Nederland. Het is één van de weinige trekvlinders die ons land kent.

Voordat de distelvlinder op Texel aankomt, is hij al vier generaties verder. De overgrootouders van de vlinders die hier nu zijn, werden geboren in Midden-Afrika. In de winter kropen ze uit de poppen vandaan om over de Sahara te vliegen richting Noord-Afrika. Hier planten ze zich voort en de nieuwe generatie vervolgt de reis. Op grote hoogtes, waar ze zich door de wind laten meevoeren, kunnen de vlinders soms snelheden van 50 kilometer per uur bereiken. In februari trekken de vlinders verder: ze steken de Middellandse Zee over en komen aan in Zuid-Europa. De vlinders die de reis overleven, zullen de trotse ouders worden van de generatie die nu op Texel vliegt. Dit zijn dus eigenlijk de achterkleinkinderen van de vlinders die in Afrika zijn begonnen. Na het voortplanten blijft ook deze generatie niet lang leven, hun eitjes komen na ongeveer een maand uit. Wanneer deze eitjes uitgroeien tot een vlinder zullen zij beginnen aan de reis terug naar Midden-Afrika.

Rupsen zijn erg kieskeurig: ze eten niet zomaar elk willekeurig plantje. De planten die ze wel lusten, noemen we waardplanten, hier zetten de vlinders hun eitjes op af. De waardplanten van distelvlinders zijn onder andere de akkerdistel, gewone klit en grote brandnetel. Uit de eitjes komen de typische, zwarte rupsen met borsteltjes, die overigens ongevaarlijk zijn. De rupsen spinnen een aantal bladeren bij elkaar die ze daarna opeten. Als de bladeren op zijn, gaat de rups op zoek naar een andere plant. De verpopping vindt plaats in de buurt van de waardplant in een spinsel van bladeren.

De distelvlinder is niet de enige trekvlinder die Texel weet te halen. Ook de dagvlinders atalanta en luzerne, de nachtvlinder gamma-uiltje en de kolibrievlinder trekken rond. Door de lange reis die ze maken, komen er niet elk jaar evenveel vlinders naar Texel. Tijdens de lange reis van bijna 4.000 kilometer kan er van alles gebeuren. Dit is ook de reden dat veel distelvlinders er beschadigd uitzien. Tot nu toe lijkt dit jaar echter een heel goed jaar te zijn voor deze trekvlinders.

De naam zegt het al: de distelvlinder is gek op distels. De distels bevatten een hoop nectar, waar ze van afhankelijk zijn. Helaas wordt de distel vaak als onkruid gezien en om die reden op veel plekken bestreden. Dat is jammer, want de plant is belangrijk voor veel insecten. Niet alleen een heleboel dag- en nachtvlinders komen op de distel af, maar ook voor de hommels, bijen, zweefvliegen en sluipwespen is de plant van levensbelang.

Op Texel vliegen veel vlinders die hier een cyclus rondmaken. Sommige in één generatie, andere in wel drie of vier generaties. De dagvlinders die je op dit moment tegen kunt komen, zijn onder andere de wat bekendere koolwitjes en de bruinzandoogjes. Kleinere soorten zijn de kleine vuurvlinder en de zwartsprietdikkopjes. Zeldzamere vlinders op Texel zijn de duinparelmoervlinder en de kleine parelmoervlinder. Als je geluk hebt, kun je ook de grote parelmoervlinder tegenkomen. Deze laatste soort komt op maar twee plekken voor in Nederland, namelijk op de Waddeneilanden en de Hoge Veluwe.

Er vliegt nog veel meer rond in de Texelse natuur. Nieuwsgierig? Ga mee met de boswachter op excursie, te boeken via de website van Ecomare.

Tekst: Glenn van Ginkel, boswachter Staatsbosbeheer