Texelse bronnen
Texelse bronnen Foto: Texelditweekend

Texelse bronnen

Natuur
Door de eeuwen heen heeft de Texelse bevolking diverse eigen grondstoffen uit de vrije natuur gebruikt en vanaf het vaste land nieuwe aangesleept. In deze serie willen wij u laten zien hoe belangrijk deze 25 inkomstenbronnen, grondstoffen en voorraden op het eiland waren en waarom deze unieke samenstelling van groenten, fruit, huisdieren, vis, schaal- en schelpdieren, etc. ertoe geleid heeft dat Texel tegenwoordig als Werelderfgoed beschouwd kan worden.

Zonder Texel had de Nederlandse economie er vermoedelijk geheel anders uitgezien. Immers, Nederland heeft de oorsprong van zijn welvaart liggen in de Gouden Eeuw en toen vertrokken de schepen van de VOC van de rede van Oudeschild op Texel naar de Verre Oost. Voorwaarde voor een behouden vaart van deze duizenden schepen was de aanwezigheid van verse groenten en calorierijke etenswaren en vooral vers drinkwater. De Trouw kopte in 1995: “Langs de Skilsloot, levensader van de Nederlandse zeevaart.”

Dit gezonde drinkwater werd namelijk op Texel aan boord gebracht vanuit de Weezenputten uit de Skilsloot bij Oudeschild en uit recent onderzoek is gebleken dat dit bruine drinkwater zeer hoog aan ijzer is. Dit ijzer voorkomt dat het water onderweg op de tropische wateren bederft en zorgt er samen met vitamine C-rijke groenten (tegen scheurbuik) dat de bemanning in ieder geval gezond in Kaapstad aankwam om daar verse voorraden in te slaan. Of het Kaapse drinkwater een net zo hoog ijzergehalte kent weet ik niet, maar meestal werd ook Indonesië gehaald. In 1627 verzocht
Dirk Nanningsz. uit Winkel aan de Staten van Holland ‘om in ’t Eylandt van Texel naer bij den Oever een put te mogen booren tot soet water, ende ’t selve aan d Scheepen te verkoopen’. Op die manier kon het zuivere zoete water worden gewonnen, niet besmet met het leven in de plassen. Het water was namelijk langer houdbaar dan ander water, nog beter dan het zuivere duinwater uit het Pompevlak. Met de opbrengst van de verkoop van het water bij de Weezenputten werden de wezen in het weeshuis in Den Burg in leven gehouden.
In 1676 werd vastgelegd dat ook inwoners van Texel voor water uit de Weezenput moesten betalen. Voordat er putten waren, tapte men water uit de kolken op de Hoge Berg. Volle vaten werden dan over het land naar de dijk gerold. De Mokbaai werd halverwege de 17de eeuw een belangrijke rede voor de scheepvaart. De regenten vonden het te omslachtig om het drinkwater voor de vertrekkende zeeschepen uit de Weezenputten te betrekken. De reis van de waterputten bij Brakestein naar de Mokbaai duurde veel te lang en men kon te weinig water tegelijk meenemen. Daarom gaven de regenten de opdracht een waterput te slaan bij het Loodsmansduin. Vanaf de nieuwe put werd het water met paard en wagen naar de Mokbaai gereden. Dit werd gedaan door ‘wagenaars’, dat waren de vrachtrijders uit vroegere tijden. Zij reden bij laag water over het harde strand. Na het verzanden van de Rede van de Mok rond 1800 was het gebeurd met deze waterput.

Vervolgens gebruikte men uit de duinen het kwelwater van de Fonteinsnol (nol = duin), maar ook deze werd ter bescherming van het gebied al weer in 1895 gesloten, om het Texelse bos (dat gebruikt werd voor de houtkap dat in de Limburgse mijnen ter onderstutting werd toegepast) aan te leggen.
Texelaars hadden naast de Weezenputten gewoonlijk hun eigen putten. Rond Den Burg, De Waal, Oosterend en Den Hoorn is altijd voldoende bodemwater aanwezig geweest, ook nog van prima kwaliteit; langs de duinen was duinwater (kwel) aanwezig. Door de eeuwen heen was men dus altijd zoekende op Texel naar goed drinkwater, omdat er enerzijds steeds meer mensen gingen (en meer toeristen kwamen) wonen en anderzijds doordat het grondwater op de meeste plekken zo hoog staat dat het water meestal brak is. Na de Tweede Wereldoorlog werd bij Oudeschild als een der eerste in de wereld een ontziltingsfabriek van zeewater aangelegd. Hieruit verkreeg men decennialang zoet drinkwater.

Vanaf 1961 werd water onttrokken aan het gebied rond de Moksloot, in de duinen achter Den Hoorn. Door steeds meer aansluitingen, het toenemend toerisme en toenemend watergebruik was dat harde water niet meer toereikend en werd water van de waterfabriek bijgemengd. Het fabriekswater had namelijk geen smaak en was dus niet lekker.

Sinds 1988 krijgt Texel het drinkwater van het vasteland via twee pijpleidingen uit Den Helder. Tot 1993 werd er nog drinkwater uit de duinen gewonnen, waarna natte duinvalleien (waar orchideeën kunnen bloeien) weer in ere werden hersteld. Sedert 2017 ligt er een nieuwe leiding van 4.600 meter tussen Den Helder en Texel op 85 meter onder zeeniveau. Dit was uniek: er was nog nooit geboord op deze diepte en over deze afstand. Hoe graag sommige lokale bierbrouwers het ook willen, drinkwater vanuit de duinen of andere waterwingebieden in de vrije natuur wordt niet langer toegestaan.

En de Weezenputten? Daar kan iedereen vrijelijk door middel van een handpomp zelf voor zijn eigen drinkfles water tappen, al eeuwenlang en als het aan de eilandbewoners ligt nog eeuwen lang.


Tekst: René Zanderink, Bioloog-journalist & culinaire trips