
Texelse Bronnen: haas, konijn en fazant
Laatste nieuwsberichtenKonijnen zijn er niet altijd geweest, ze werden door monniken vanuit Spanje en vervolgens Frankrijk mee naar de Lage Landen genomen.
De haas is inheems op Texel en komt er dus al duizenden jaren voor. Haas en konijn zijn niet elkaars directe concurrenten, maar je zult ze niet gauw tegelijk of achter elkaar tegenkomen. Konijnen willen gangen graven en dat kun je het best in zand, hazen maken legers en kunnen zich dan lekker verschuilen in een niet geheel vlakke weide.
Konijnen sinds dertiende eeuw
Op Texel zetten Jan van Beaumont en de graven van Blois al in de dertiende eeuw grootschalig konijnen uit in de duinen. In 1289 kreeg graaf Floris V ook Texel onder zijn bestuur en was al het wild in de duinen van de graaf. In al die eeuwen is er geen groot wild (ree, wild zwijn) op het eiland geweest. Wel waren er robben; die vielen ook onder het grafelijk wild. Behalve hazen en konijnen werd er gejaagd op snippen, ganzen en wilde eenden; al in de vroege middeleeuwen.
Het konijnenbedrijf
Het konijnenbedrijf werd een nieuwe bedrijfstak in Nederland, waarbij het ging om vlees en huiden (konijnenvellen). De oudste Nederlandse gegevens komen van Texel en Vlieland. in de tweede helft van de veertiende eeuw werden gemiddeld 1400 huiden per jaar verkocht, met een maximum van 7000 stuks. De jacht vond vrijwel altijd plaats in het najaar. Men joeg albino fretten (een tamme bunzing) de holen in en ving de konijnen in netten als ze er opgejaagd uitkwamen.
De konijnenberg
Rond 1500 bestond er op het oude land van Texel een bijzondere vorm van veehouderij: de konijnenberg. De boeren wierpen zandheuvels op waar konijnen in leefden. Aan het eind van de 16de eeuw werden de konijnenbergen in de polders verboden, omdat de vrij levende konijnen met hun gegraaf een bedreiging waren voor de zeedijken. In de duinen mocht je nog wel konijnen houden.
Duinmeiers en warandes
De graaf of de schout besteedde het werk in de duinen uit aan duinmeiers, die in deze warande (een besloten jachtterrein) de konijnenstand reguleerden. De Hollandse konijnentuin was voor geheel de Hollandse kustlijn een belangrijke bron van inkomsten. Op Texel kwamen de grootste warandes voor rond De Naal bij Den Hoorn. In de negentiende eeuw lag er een konijnenfokkerij in een laag stuk duin in het zuidwesten van de Eierlandse polder, nabij Korverskooi, een stuk van maar liefst 45 hectare. Begin 20ste eeuw leverde de kastelein van het Eierlandse Huis in het noorden van het eiland tot wel 3000 levende konijnen aan liefhebbers in Amsterdam. De konijnen werden dan gedolven (uitgegraven), zo heet dat op de Waddeneilanden. Ook komt de zwarte vachtkleur redelijk vaak voor, dit komt doordat er geen roofdieren zoals de vos op Texel voorkomen en opvallend getekende dieren zich kunnen handhaven.
Schommelingen
In het afgelopen jaar was er sprake van een grote toename van het aantal konijnen in de Eierlandse Duinen en bij De Koog, maar de populatiegrootte die 30 jaar geleden aanwezig was, wordt nog steeds niet bereikt. De populatiedichtheid van haas en konijn fluctueerde nog wel eens; de ene keer waren er veel hazen, de andere keer veel konijnen. Na de Tweede Wereldoorlog werd de konijnenstand sterk aangetast door de ziekte myxomatose en de afgelopen jaren door de virusziekte VHS. Op Texel werden in de zeventiger jaren in de duinen meer dan 10.000 konijnen in een jachtseizoen geschoten om de schade aan het belangrijke helmgras in de duinen te voorkomen. En hoeveel de stropers op het eiland strikten zullen we nooit te weten komen. Inmiddels herstelt de konijnenpopulatie op het eiland zich van de VHS-virusziekte, waardoor nagenoeg de gehele populatie dreigde te verdwijnen. De aantallen zijn nog altijd maar een fractie van de aantallen uit de zeventiger jaren.
Hazen
Ook is het zo dat bijv. in de Slufter veel jonge hazen sterven door voorjaarsstormen met hoog water, zoals afgelopen februari. Hazen leven in het duingebied alleen in de Mokbaai en het Sluftergebied en in de binnenduinrand. Maar door myxomatose en VHS konden hazen oprukken en in 1998 hadden ze zich al weten uit te breiden tot aan de zeestrook en zelfs tot in de Hors. Ondanks dat zowel hazen als konijnen nachtdieren zijn en het niet vanzelfsprekend is dat je ze overdag zult zien, kun je ze wel tegenkomen. Bijvoorbeeld in de Slufter. Als je als eerste ’s ochtends in het vrije deel van de Slufter komt, zul je vrijwel altijd hazen tegenkomen. Ze drukken zich dan plat tegen de begroeiing en als je te dichtbij komt slaan ze op de vlucht, waarbij ze soms haakse bochten maken waar zelfs onze Max (Verstappen) niet tegen op kan.
Schade aan plantgoed en verkeer
De haas was voornamelijk een product voor de eilanders zelf, er worden geen grote aantallen aan het vaste land geleverd. Ik heb deelgenomen aan jachtdagen waarbij twintig hazen op een dag schieten in de winter een normaal aantal was. Je mag wel stellen dat de hazenstand toeneemt. Veel landbouw- schade veroorzaken ze in het voorjaar aan plantgoed als bieten, wortels, bloemkool, bloembollen (narcis en tulp). De haas heeft inmiddels zoveel opmars op het eiland gemaakt dat automobilisten er voor moeten oppassen. Je kan ook stellen dat er zoveel toeristen gekomen zijn dat de haas geen uitweg meer weet. Zeker ’s avonds als het donker gaat worden kunnen ze plotsklaps oversteken. Ze worden dan verblind door uw koplampen en stoppen midden op de weg. Wijk dan liever niet uit, het kan dan zijn dat u de macht over het stuur verliest en van de weg geraakt. Het klinkt wellicht fout, maar uit eigen belang: rijd dan gewoonweg door. Raakt u de haas, stop, neem hem mee, eet hem zelf op (na twee dagen afhangen en goed schoonmaken) of breng hem naar de dichtstbij zijnde bevriende jager of slager.
Ook fazanten zijn import
Net als konijnen komen fazanten oorspronkelijk niet in Nederland voor. De exemplaren die u tegenkomt zijn alle nakomelingen van voor de jacht uitgezette exemplaren. In de zestiger en zeventiger jaren werden er aan de vijf Texelse duinjachtcombinaties jaarlijks vergunningen verstrekt om fazanten uit te zetten, dit waren zo’n 500 tot 1000 fazanten per jachtcombinatie. Deze moesten voor de eerste week augustus worden uitgezet om ze voldoende tijd te geven om voor aanvang van het jachtseizoen te verwilderen. Meestal werden de henfazanten niet bejaagd om een natuurlijke aanwas te behouden. Het uitzetten van fazanten werd eind vorige eeuw verboden.
Anno 2020 is de situatie op Texel als volgt. Tot voor kort werd al het wild dat op Texel geschoten werd aan poeliers op de vaste wal verkocht, het kwam niet meer terug. Sinds kort is er een Facebookaccount Wild Texel, een samenwerkingsverband van jagers, dat het wild op het eiland verzamelt en verkoopt. Via deze facebook pagina worden het op Texel geschoten wild en diverse kant-en-klare wildproducten aangeboden.
Voor inlichtingen: Fauna Beheer Wild Texel, T: 06-29443431; E: henkvanwijk@texel.com.
Het jachtseizoen is geopend van 15 oktober tot en met 31 januari, maar er is nog wel onderscheid tussen de verschillende soorten wild.
- Konijn: 15 augustus–31 januari (jaarrond bij schade)
- Haas: 15 oktober–31 december
- Henfazant: 15 oktober–31 december
- Haanfazant: 15 oktober–31 januari
- Houtduif: 15 augustus-31 januari (jaarrond bij schade)
- Grauwe gans, brandgans, Canadese gans en kolgans: alleen via provinciale ontheffing
- Nijlgans: landelijke ontheffing voor het hele jaar.
Gemiddeld kost een konijn 15 euro bij de poelier, een haas 25 euro. Blijkbaar moet er verschil zijn, maar een haas is dan ook zo’n twee kilo zwaarder. Diverse slagerijen op Texel bieden tijdens het wildseizoen wildproducten aan.
Tekst: René Zanderink, bioloog-journalist en organisator van culinaire trips op Texel