Afbeelding

Eilanders onder elkaar (182)

Column: Eilanders Eilanders onder elkaar

Niet alleen de nieuwe variant van de groene anaconda is een biologisch novum, ook is er nieuws over de voorkeur van katten. Althans die van #redcatpim. Elisabeth heeft ook zo haar ervaringen met katten. En waarom is voor de toepassing van kunstmatige intelligentie geen proeve van bekwaamheid vereist?

Elisabeth,

Katten lusten graag muizen. Dat is op zich geen nieuws, maar het blijkt nu ook op te gaan voor het klikapparaatje dat me helpt bij de bediening van de computer. Als ik thuiswerk – handig als tussen je huis en je werk 33 autokilometers en het Marsdiep liggen – heb ik vaak onze roodharige schurk Pim in de buurt. Dit initiatiefrijke gezelschapsdier gaat rustig op mijn toetsenbord liggen als ik daar even de handen af heb. Zaterdag zat ik daar zo druk op te rammelen dat er geen plek voor hem was en stortte hij zich op de muis, toen ik daarmee aan de gang ging. Meer in het bijzonder op mijn rechterhand, waar hij speels zijn nagels en tanden in zette. Misschien had ik hem niet moeten zeggen dat zo’n ding ‘muis’ heet, dan was hij er vast van afgebleven.

Behalve de intelligentie van een kat, denk ik af en toe ook na over A.I., het synthetisch denkvermogen dat over ons wordt uitgestort als een van de zegeningen van deze tijd. Maar als je ziet wat er allemaal mee gemanipuleerd kan worden, ga je je toch op het hoofd krabben. Ik denk graag als een progressieve liberaal, maar dan nog kan de vooruitgang me soms te hard gaan. Ik las een interview met een van de hysterische voorstanders van alles wat maar nieuw is. Wie zich afvraagt of ‘ee-aai’ niet te veel kwaad kan, moet van hem bedenken dat dezelfde behoudzucht opborrelde toen de automobiel en het vliegtuig in gebruik kwamen. Ja, en? Die zijn in verkeerde handen ook bloedgevaarlijk. Worden die niet goed bestuurd, dan zijn ook mensenlevens in het geding. Maar voor de toepassing van artificial intelligence is geen brevet van bekwaamheid vereist. Elke gek mag aan de knoppen zitten. Ik geef het je maar even mee.

Intussen maak ik me zorgen over het welzijn van mijn dorp. We lossen in dit land problemen op door wetten op te stellen. Dat is niet gek, want op onze dichtbevolkte postzegel wordt om elke vierkante centimeter strijd geleverd. Dat heeft geleid tot zo’n wirwar aan wetten, dat ze elkaar soms onmogelijk maken. Er is altijd wel een organisatie die haar vinger opsteekt om een in andere kringen wenselijke activiteit onmogelijk te maken. Denk maar aan de stikstofproblemen en de belemmeringen die zijn opgeworpen voor de garnalenvisserij, waar mijn Den Oever van leeft. Als de kade in Oudeschild, waar tot voor kort een aardig rijtje kotters lag, voor mijn dorp het voorland is, wordt het mij droef te moede. Ergerlijk in dit verband is de schijnheiligheid van de Waddenvereniging. Die is er echt niet op uit dat de garnalenvissers van de zee verdwijnen, beweert de woordvoerder. Maar het zou wel lekker wezen als het toch gebeurt, hoor je hem niet zeggen.

Groeten, Henk

Henk, 

Vorige week schreef ik nog enthousiast dat ik in de toekomst wel eens een hond zou willen. Daarop kreeg ik van mijn ouders te horen, dat ze dan ook meteen mijn kat terug zouden brengen.

Hansje, de poes, had vier jaar op Uilenstede gewoond, waar zij niet zo van het studentenleven had genoten als ik, voordat ik haar meenam naar mijn ouders. Op zich was er niets mis met de omgeving waar we woonden, maar Hansje raakte nogal in paniek als er niemand thuis was. Om dat euvel aan te pakken, besloten we nog een kat te nemen. Dan was Hansje immers niet alleen thuis, als wij naar college gingen of andere dingen buitenshuis deden.

Maar tussen Bingley, een kater, en Hansje boterde het vanaf het begin niet zo goed. Ze vond het helemaal niks dat er nog een kat in huis was. Bingley genoot er wel, hij struinde de hele campus af en had het prima naar zijn zin. Helaas is hij een paar jaar geleden toen we net op Texel woonden, voor de deur overreden. In huis was het ineens een stuk veiliger, want bij mijn ouders thuis klom hij op de allerhoogste boekenplanken en gooide hij af en toe iets naar beneden. Ook hadden we hem geleerd op commando te gaan zitten en moesten van de dierenarts zijn tanden gepoetst, waarvoor hij netjes ging zitten en dat zonder tegenzin liet doen. Hij was echt een leuke kat.

Toen Hansje op Texel kwam, werd ze een stuk gelukkiger. Mijn ouders hebben een grote tuin en er is altijd iemand thuis. Met Max, de kater van mijn ouders, kan ze het goed vinden. Terwijl ze op Uilenstede vanuit het niets in je kuiten kon bijten en nooit aangehaald wilde worden, wil ze nu graag geaaid worden en bijt ze ook niet meer. Dus Hansje terug in huis nemen, dat zie ik niet echt zitten in het huis waar ik nu woon, zonder tuin. En we zijn regelmatig niet thuis. Nog daargelaten dat Barry, mijn vriend, zacht uitgedrukt, niet zo’n fan is van katten en ook nog allergisch is. 

Ik spaar dus voor een villa, waarin genoeg ruimte is voor Lucas, Hansje, Barry en de drieling. Hopelijk krijg ik geen drieling, maar ik heb om de een of andere reden wel genoeg maxicosi’s om die in te stoppen. In de auto passen die dan weer niet, dus dan moet ik ook een grotere auto. Dat zou gevaarlijk kunnen worden, want ik heb al moeite met het parkeren van mijn Ct C1, voorheen Citroën C1. Die auto kan ik dus beter kopen als A.I. heeft geleerd deze voor me te besturen. Ik kom wel weer terug op dit onderwerp als ik de loterij heb gewonnen, want dan kan ik misschien een klein huisje op Texel kopen en een zelfrijdende auto, waarvan alle letters nog op de achterkant staan.

Groeten, Elisabeth