Marc Drijver in zijn tuin aan het Burgerdijkje.
Marc Drijver in zijn tuin aan het Burgerdijkje. Foto: Pepijn Dros

Dit artikel is geschreven door
Pepijn Dros

Pepijn Dros is redacteur van onder meer Texel dit Weekend en de Vakantiekrant.

10 vragen aan Marc Drijver

10 vragen aan 10 vragen aan

Ed Timmer kwam met Marc Drijver (57) op de proppen voor ‘10 vragen aan’. Marc is een telg uit een échte vissersfamilie, maar is waarschijnlijk de laatste Drijver die vaart. Jammer, maar hij heeft er vrede mee. “Je wordt schijtziek van alle wet- en regelgeving. Wat je ook doet, het is nóóit goed. Wat dat betreft ben ik er niet rouwig om dat mijn kinderen iets anders zijn gaan doen.”

Van wie bei-je d’r îentje? 

“Mijn ouders waren Maarten Drijver en Jannie Riemens. Mijn vader was visserman op de TX33 en veel van huis. Thuis regelde mij moeder de boel. We waren thuis met z’n vieren: ik heb een oudere zus, en een jongere broer en zus. Ik ben geboren in Oosterend in de Oranjestraat en heb daar een fijne jeugd gehad. Urenlang was ik aan het voetballen bij het Koppes bossie. Maar ook de zee trok al snel. Ik zal een jaar of vier zijn geweest, toen mijn moeder me eens kwijt was. Was ik van Oosterend op mijn fietsje naar de haven van Oudeschild gefietst. Een jaar later ging ik voor het eerst met mijn vader mee naar zee. Als ik daar nu op terugkijk, was dat wel heel jong. Maar ja, dat waren andere tijden.”

Wat kun je over jezelf vertellen?

“Ik ben getrouwd met Linda Betsema. Ik was vijftien en Linda veertien toen we elkaar ontmoette in de disco in Oudeschild. Sindsdien zijn we samen en nog altijd hartstikke gelukkig. In 1989 zijn we getrouwd en sinds 2012 wonen we prachtig aan het Burgerdijkje. Tot die tijd woonden we altijd in Oudeschild, maar Linda is gek van paarden en wilde graag wat ruumte voor haar paarden en dat vonden we hier. We hebben drie skatten van kienders. Ricky (34) en Mandy en Sacha (beiden 31), een twee-eiige tweeling. Ik ben ook opa! Sacha heeft een zoon en is zwanger van haar tweede, Ricky heeft net een zoon gekregen en Mandy heeft een bonusdochter.”

Visserman in hart en nieren?

“Ik heb nooit iets anders willen doen dan vissen. Ik ging dus al jong mee met m’n vader. Als lagere-school-kind help je mee op je eigen manier. Later, op de middelbare school werd het serieuzer. Wanneer m’n vader een mannetje tekort kwam, meldde mijn moeder me een weekje ziek. Vanaf dat moment draaide ik gewoon mee en was er elke trek bij. Ik kreeg ook gewoon betaald. Niet de volle mep, maar het was goed verdienen voor een jongen vijftien. Na de LTS ben ik naar de Visserijschool gegaan en op mijn achttiende ben ik gaan varen. Eerst op de TX11 van de ome Biem en ome Piet Vlaming met een Katwijker schipper. Het jongste bemanningslid aan boord is altijd de kok, dus kreeg ik te horen: ‘dáár is de kombuis, red je reet maar’. Toen mijn vader een nieuwe kotter liet bouwen, kwam ik in 1987 aan boord van de TX33.”

Waar vis je op? 

“Met de TX33 hebben we tot 2012 altijd op tong, schol en haring gevist. Destijds hadden we een grote kotter en zes bemanningsleden. Tegenwoordig vaar ik met een kleinere garnalenkotter, en kun je het met z’n tweeën af. Het mooiste om te doen is haringvissen, dat ben je écht aan het jagen op scholen vis. Soms is het weken zeuren, en dan opeens doe je een trek van 200 ton haring. Dan is het spannend hoor, want dan moet je alles op haren en snaren zetten, om ervoor te zorgen dat je netten niet scheuren.”

Zie je toekomst voor de visserij? 

“Er zal altijd wel wat visserij blijven, maar het wordt de vissers zó moeilijk gemaakt. Onze visuren worden minder en minder. Schijtziek ben ik van al die wet- en regelgeving. En vergis je niet: we passen ons voortdurend aan en doen alles volgens de wet, maar dan nog is het niet genoeg. De inkt van de nieuwe wet is nog niet droog, of allerlei clubs maken alweer bezwaar. Zo zonde, want het is een prachtig vak.”

Favoriete plek op Texel?

“Elke zondag ga ik een rondje mountainbiken, vaak met mijn dochter Sacha, soms met Ricky. En overal waar ik kom vind ik het prachtig: bij De Cocksdorp, het bos, aan de Waddenzee, het strand. Ik vind dat we op een prachtig eiland wonen.”

Doe je nog meer aan sport?

“Naast fietsen, ga ik elke zaterdag naar de sportschool met vriend Arco. Verder heb ik vroeger gevoetbald. Ik was best een aardige spits bij SVO, maar ben gestopt op mijn zestiende omdat ik me als visserman geen blessure kon veroorloven. Ik ben nog altijd een grote voetbalfan.”

Support je een voetbalteam? 

“Ik ben een échte Ajacied! Vroeger ging ik regelmatig met vrienden Arco van der Vis en Robert Schulze naar Stadion De Meer. Vaak op de bonnefooi, en dan kochten we kaarten op de zwarte markt. Midden jaren negentig had ik een seizoenskaart en genoot ik van het Ajax van Van Gaal. We waren erbij in het Olympisch Stadion in Amsterdam toen Bayern München werd verslagen met 5-2! Met Arco, Robert en Richard en zijn zoon Mels Daalder gaan we af en toe een weekend naar Engeland. Dan pakken we altijd één of twee Engelse wedstrijden mee in de Championship of lagere divisies. Die sfeer in die oude Engelse stadions is fantastisch. Voetbal in zijn puurste vorm.”

Ben je een lezer?

“Op vakantie lees ik het liefst Scandinavische trillers én ik heb onlangs de Waddenthrillers van Mathijs Deen ontdekt. Omdat zijn boeken zowel op de Nederlandse als Duitse Wadden spelen is het voor mij heel herkenbaar. De eerste twee delen heb ik uit, en ik ga snel beginnen aan deel drie.”

Wat is je muzieksmaak?

“Begin jaren negentig ben ik naar Pink Floyd in De Kuip geweest. Verder houd ik van Bruce en Genesis en meer recent van Coldplay en Kensington. We zijn het hele gezin naar een optreden van Coldplay op het Malieveld in Den Haag geweest. Leuk joh!”

Als volgende kandidaat schuift Marc Jim Boogaard naar voren. “Zijn vader Eric, heeft nog met mijn vader en mij gevaren. Als jochie van veertien hielp Jim mee in de machinekamer en dat doet ‘ie nog steeds. Daar ben ik stinkend blij mee, want het is een gedreven jongen die bij Louis Baes in IJmuiden de grootste dieselmotoren repareert. Dat hij het zo ver heeft geschopt maakt me trots.”