Ria maakt elke ochtend en avond een wandeling over de Hoge Berg.
Ria maakt elke ochtend en avond een wandeling over de Hoge Berg. Foto: Pepijn Dros

Dit artikel is geschreven door
Pepijn Dros

Pepijn Dros is redacteur van onder meer Texel dit Weekend en de Vakantiekrant.

10 vragen aan... Ria van der Vis

10 vragen aan

Ondanks haar respectabele leeftijd van 79 jaar, zet Ria van der Vis zich met haar hele ziel en zaligheid in voor de minder bedeelden van deze wereld. Samen met een hele trits vrijwilligers verzorgt zij met Stichting Hulp Oost-Europa Texel jaarrond transporten vol hulpgoederen. Ze is voorgedragen door Dwight Penha, ook zo’n onvermoeibare vrijwilliger.

Wie is Ria van der Vis? 

“Mijn vader Bernard Boks kwam vanuit Overijssel naar Texel om te werken bij Bakkerij Kikkert in de Weverstraat. Hij ontmoette mijn moeder en een paar jaar later werd ik geboren in de Weverstraat. Ik was een jaar of vijf toen mijn ouders de bakkerij overnamen. Al snel hielp ik regelmatig mee in de winkel, want er was altijd wat te doen: een mooie tijd. In 1966 trouwde ik met Arie van der Vis en samen hebben we vier kinderen. Toen ik hem leerde kennen, werkte Arie in de houthandel van zijn vader in de Wilhelminastraat. Arie en ik hebben die zaak voortgezet op de Maricoweg. Wij waren het eerste bedrijf dat zich vestigde op dit industrieterrein. Het was destijds nog echt pionieren, want er was niks, behalve weilanden met schapen en onverharde wegen. Best leuk dat wij met Stichting Hulp Oost-Europa Texel nu ook opereren vanuit een loods op de Maricoweg.”

Hoe is de stichting ooit begonnen?  

“Het is door de jaren heen langzaam uitgegroeid tot wat het nu is: een grote operatie waarmee we jaarrond spullen inzamelen in onze loods. Vervolgens sturen we hulptransporten naar landen als Roemenië, Moldavië en sinds kort Oekraïne. Arie en ik hebben eigenlijk nooit iets voor kennisgeving aangenomen. Als er ergens iets gaande was, dachten we altijd: ‘Wat kunnen wij doen?’ Ik denk we het eerste grote transport deden tijdens de oorlog in Joegoslavië. Via de kerk zijn we toen spullen gaan inzamelen in alle dorpen. De hulp die we ontvingen van de Texelaars overtrof al onze verwachtingen.”

Krijgen jullie nog altijd veel steun? 

“Uit de samenleving krijgen we van alle kanten steun. Veel mensen doneren kleding. Vroeger herstelden we met een club vrijwilligers alle kleding; knopen aanzetten, sokken stoppen. Tegenwoordig dragen mensen hun kleding minder ‘af’ en krijgen we echt heel mooie kleding binnen. Vaak is een kapotte rits al reden genoeg om kleding weg te doen. Wij hebben daar zelfs een eigen expert voor die alle ritsen herstelt. Ook ouderen in de Gollards dragen hun steentje bij. Vaak kunnen deze mensen niet meer goed hele kledingstukken breien, maar in plaats daarvan breien ze vierkante lapjes. Die halen we dan op en vervolgens naait een van onze vrijwilligers al die lapjes aan elkaar tot een prachtige plaid. Ook bedrijven steunen ons volop. Elk jaar krijgen we vanuit de verhuur bijvoorbeeld ladingen beddengoed. Twee jaar geleden, vlak voordat de oorlog in Oekraïne uitbrak, was in Moldavië net een transport vol beddengoed gearriveerd. Toen mensen naar dit buurland begonnen te vluchten, kwam dat goed van pas.”

Is het een ingewikkelde operatie?

“Wat wij doen is heel onvoorspelbaar. Zeker tijdens de transporten gebeurt er altijd wel iets. Dan moet je improviseren, want je kunt niemand vragen wat je moet doen. We hebben altijd contact met lokale mensen en steunen verschillende projecten. Vooraf stemmen we goed af waar men behoefte aan heeft, om zo gericht mogelijk te kunnen helpen. Met veel contactpersonen heb ik al jaren contact en heb ik een goede band. Met Loedha, onze contactpersoon in Moldavië bijvoorbeeld, ben ik inmiddels echt bevriend. Vanaf dag één kunnen we lezen en schrijven met elkaar. Dat is heel belangrijk, omdat je weet wat je aan elkaar hebt. Ik ben zelfs op de bruiloft geweest van haar twee dochters.”

Wat is uw favoriete plek op Texel?

“Als kind ging ik vaak met mijn ouders naar de Hoge Berg. Mijn vader vertelde dan over de bloemen en planten die we zagen. Een van de gele bloemetjes noemde hij altijd gouden muiltjes; dat gaf me altijd een sprookjesachtig gevoel. En nu wandel ik elke ochtend en avond nog rondom de Hoge Berg. Het is daar zo mooi.”

Wat maakt u blij?

“Mijn kinderen en kleinkinderen! Ik heb vijf kleinkinderen en daar geniet ik enorm van. Binnenkort ga ik naar een musical in de schouwburg van Alkmaar waar mijn kleindochter Mette van elf een hoofdrol speelt. Daar kijk ik nu al naar uit.”

Waar ergert u zich aan?

“Ik erger me niet zo snel, maar als ik dan iets moet noemen dan stoor ik me vooral aan zwerfafval. Omdat ik elke ochtend wandel kom ik veel ouderen tegen die afval rapen. Heel goed dat ze dat doen, maar het zou niet nodig moeten zijn. Eigenlijk moeten kinderen van jongs af aan ingeprent krijgen dat je je rommel niet laat slingeren. Ook de gemeente heeft daarin een rol. Er staan tegenwoordig overal bankjes, maar nergens staan prullenbakken. Toen ik daar melding van maakte kreeg ik te horen: u kunt een prullenbak adopteren. Tsja, dat is blijkbaar niet de oplossing.”

Kunt u een boek of film aanbevelen?

“Als meisje van vijftien heb ik het dagboek van Anne Frank gelezen. Een indrukwekkend boek waarvan me één passage altijd is bijgebleven. Anne schrijft ergens dat ze ondanks alles blijft geloven in de innerlijke goedheid van de mens.”

Naar welke muziek luistert u?

“Wat ik mooi vind is geestelijke muziek. Als ik ‘s avonds thuiskom, zet ik altijd dezelfde cd op met prachtige liederen. Dat blijf ik elke dag opnieuw weer mooi vinden.”

Mist u iets op Texel?

“Nee, ik ben zó gelukkig op Texel. Ik zou nergens anders willen wonen. Soms hoor ik mensen zeggen dat ze zich storen aan de drukte in de winkels, maar dan ga je toch gewoon iets vroeger of later naar de supermarkt? Je hoeft niet in de rij te gaan staan.”

Voor een volgende aflevering van deze rubriek draagt Ria Alide Zegers voor die altijd actief bezig is voor anderen. Al 40 jaar maakt ze kwarktaarten voor het goede doel.